De standaarden, hoe groot van belang deze ook zijn als bouwstenen voor een transparante en eenduidige informatieverstrekking aan de belegger, kennen ook hun beperkingen.
Op grond van de toetsing door de STV van het prospectus aan de standaarden kan niet een conclusie worden getrokken over zaken zoals;
(i) de commerciële (on)aantrekkelijkheid van de in de prospectus geoffreerde financiële instrumenten; of
(ii) de volledigheid en juistheid van de gegevens van de in de prospectus opgenomen informatie; of
(iii) de juistheid van de gehanteerde rekenkundige methoden, waarderingen of waarderingsgrondslagen; of
(iv) de redelijkheid van de in de prospectus opgenomen veronderstellingen en de mogelijke rendementen zoals die door de belegger zullen worden behaald uit zijn/haar investering; of
(v) de integriteit, effectiviteit, betrouwbaarheid en deugdelijke inrichting van de organisatie van de beheerder van de instelling en de daarbij betrokken direct en indirect leidinggevenden; of
(vi) de naleving door de instelling en de daarbij betrokken direct en indirect leidinggevenden van de desbetreffende wet- en regelgeving.